De leerling vroeg aan de monnik, wat is de essentie van zen-boeddhisme. Aangezien de meester beroemd was, wisten we ineens wat de essentie van het zen-boeddhisme was. Toen de meester overleed kwam er een nieuwe meester. En het is een gewoonte in Japan dat een nieuwe meester zich voorstelt. Er werd toen aan hem gevraagd: ‘Vertel eens wat over je meester’. Hij zei toen: ‘Wat wil je weten’. Je meester zei toch, dat de essentie van zen de cypres in de kloostertuin was? Waarop de nieuwe meester zei: ‘Ik weet niet waar je het over hebt, er heeft nog nooit een cypres in de kloostertuin gestaan’.